Van sommige trainingen weet ik achteraf nog vrij veel.

Een lange duurloop die opvallend goed ging. Een intervaltraining waarop het tempo makkelijker kwam dan verwacht. De eerste keer dat een bepaalde afstand niet meer echt lang voelde.

Maar van het grootste deel weet ik eigenlijk bijna niets meer.

Ik zie ze nog wel in mijn trainingsgeschiedenis staan. Tien kilometer op een dinsdag. Een rustige loop op donderdag. Zestien kilometer op zondag. Hartslag normaal, tempo normaal, niets bijzonders gebeurd.

Op het moment zelf vond ik ze waarschijnlijk belangrijk genoeg om mijn dag rond te organiseren.

Een paar maanden later zijn ze volledig verdwenen.

Dat is ergens vreemd, want net die trainingen maken het grootste deel uit van wat je doet.

Als je vaak genoeg loopt, kan niet elke training bijzonder zijn. Gelukkig maar. Een trainingsweek waarin elke sessie memorabel is, lijkt me op termijn zelfs behoorlijk vermoeiend.

Toch hebben we nogal snel aandacht voor de uitschieters.

De training waarop alles klopt. Een persoonlijk record. Een onverwacht goed tempo. Of omgekeerd: een training die zo slecht ging dat je je meteen afvraagt wat er fout zit.

De gewone trainingen krijgen minder aandacht.

Terwijl daar waarschijnlijk het meeste werk gebeurt.

Niet omdat één rustige tien kilometer veel verandert. Wel omdat je er de week nadien opnieuw eentje doet. En daarna nog één.

Ik begin dat steeds meer te waarderen.

Niet elke training hoeft bewijs te leveren dat ik vooruitga. Soms is het voldoende dat ze past tussen de vorige en de volgende.

Dat ik ze kon doen zonder iets te forceren. Dat ik de dag erna niet volledig leeg was. Dat ik gewoon verder kon met wat er op het programma stond.

Veel vooruitgang ziet er achteraf waarschijnlijk behoorlijk saai uit.

Een reeks trainingen waarvan je afzonderlijk nauwelijks nog weet dat je ze gedaan hebt.

Tot je een paar maanden later plots merkt dat een tempo makkelijker gaat, een afstand minder indruk maakt of je herstel sneller verloopt.

Dan lijkt het alsof er ergens iets veranderd is.

Waarschijnlijk gebeurde dat gewoon op al die dinsdagen die ik intussen vergeten ben.